Orgels
We zijn gezegend met twee pijporgels in onze kerk, te weten:
Het koororgel
Op aanwijzing van Ds. Creutzberg, die de belangrijkste inbreng bij de kerkbouw heeft gehad, bouwde de firma Maarschalkerweerd uit Utrecht het koororgel ter ondersteuning van de cantorij en tot eerherstel van de Avondmaalsviering in de Apsis (= overwelfde koorruimte).
Vanaf 1960 behoeft het koororgel dringend restauratie, maar zoals vaak vormen de financiën een struikelblok. Er is toen gekozen om een nieuw orgel te bouwen (het huidige hoofdorgel), waarbij gebruik gemaakt zou worden van enkele registers van het koororgel. Wel moest het koororgel bruikbaar blijven voor het begeleiden van koren.
Nadat in 1964 het hoofdorgel in gebruik werd genomen verslechterde het koororgel met de jaren. Vanaf ca. 1986 was het instrument onbruikbaar geworden. In 1990 worden er voorbereidingen getroffen voor restauratie van dit instrument. Voor de registers die overgeplaatst waren naar het hoofdorgel moest vervanging komen. Die vervanging wordt uiteindelijk gevonden in het orgel van de St. Jozefskerk te Amsterdam, een te liquideren parochiekerk van het Bisdom Haarlem. Bemiddelaar bij de aanschaf van dit orgel was dhr. J. Ruig. Het hele instrument is onder bepaalde voorwaarden aangeschaft voor fl. 2000,00. Een van die voorwaarden was dat alle onderdelen die overbleven verkocht mochten worden, waarbij de helft van die opbrengst voor de St. Jozefskerk bestemd moest worden.
De restauratie werd uitgevoerd door vrijwilligers, onder de bezielende leiding van dhr. E. van Beilen. In 1993 is het koororgel in ere hersteld.
Het hoofdorgel
Het hoofdorgel is gebouwd door Bernard Pels & Zn uit Alkmaar. De organist L.H. van der Plas had een groot aandeel in de totstandkoming. Van de in totaal 27 registers, zijn 5 registers afkomstig uit het oorspronkelijke koororgel, van de overige 22 registers zijn 18 geheel nieuw (waaronder 7 als vinding van de adviseur Mr. A. Bouman staan geboekt) en de overige 4 registers zijn slechts gedeeltelijk nieuw.
Tijdens een feestelijke bijeenkomst op 28 oktober 1964 werd het orgel overgedragen aan de kerkvoogdij. Simon C. Jansen gaf tijdens een orgelbespeling een demonstratie van de mogelijkheden die het nieuwe instrument bood. In de loop der jaren zijn er nogal wat veranderingen tot stand gekomen, dit om het orgel wat beter bij zijn functie te laten passen, namelijk het begeleiden van de gemeentezang.
De laatste veranderingen onderging het instrument na de kerkrestauratie, die een grote opknapbeurt voor het orgel tot gevolg had. Al een paar jaar was het de wens om het grote orgel wat “ronder en voller” te laten klinken. De herintonatie en schoonmaak van het instrument zijn gecombineerd uitgevoerd. Deze werkzaamheden hebben 14 maanden in beslag genomen, en zijn voornamelijk uitgevoerd door de organisten A. Rijke en M. Rijke. Beiden hebben het orgel bij de ingebruikname in een zangdienst op 25 mei 2003 bespeeld.
In 2011 blijkt dat de mechanische overbrenging van de speeltafel naar de beide rugwerken dusdanige slijtage heeft, dat het bespelen van het orgel een krachttoer wordt. In 2011 wordt door de firma Pels & van Leeuwen de gehele mechanische overbrenging gerestaureerd. Tijdens de werkzaamheden blijkt tevens dat de 7 blaasbalgen geheel van nieuw leder moeten worden voorzien.
Na uitvoering van deze werkzaamheden beschikt de Nieuwe Kerk vanaf mei 2011 weer over een prima bespeelbaar orgel, dat wekelijks gebruikt wordt voor de erediensten, maar ook voor orgelconcerten in de zomermaanden. Organisten bespelen dan beurtelings het hoofdorgel en het geheel anders geregistreerde romantische koororgel.

